Lezing gehouden voor de Kunstkring Prins Alexander (maart 2013)

Je kunt op het ogenblik wel spreken van een revival in de schilderkunst en in de fotografie van de stillevens. Of is het nooit weggeweest?

Kijk maar eens aandachtig naar de foto’s in een reclamefolder b.v. die van de Bijenkorf of in een kookboek. Vaak prachtige staaltjes van productfotografie/stillevens.

Ik vind dat stillevens de realiteit perfect moeten weergeven. Misschien is dat de reden dat ik nooit geambieerd heb om met de kwast stillevens te maken. Met mijn camera heb ik wel de totale controle over compositie, belichting enz. om zo een bepaalde mate van perfectie te bereiken. Ik richt mij vooral op de klassieke stillevens en heb een voorkeur voor een eenvoudig beeld met een geheel eigen sfeer. Ik probeer door het samenstellen van het beeld een verhaal te vertellen of een emotie over te brengen. Voor mij zijn stillevens allesbehalve saai. Het creatieve proces van het rangschikken van kleuren, het experimenteren met licht en schaduw, vormen en lijnen, ik heb daar heel veel plezier aan, ik ben er zelfs een beetje aan verslaafd. Bovendien is het iets wat ik binnenshuis kan doen. Ik ben niet afhankelijk van het weer of de beschikbaarheid van een model. Alle voorwerpen om mij heen, gebruiksvoorwerpen, bloemen, vruchten, kortom van alles wat past in het plaatje dat ik wil maken, kan ik gebruiken. Ik let daarbij op kleur en toonwaarde, het contrast, de vorm van de voorwerpen. Daarmee maak ik de compositie en probeer met de juiste belichting een bepaald effect te bereiken.

Als je een stilleven wilt fotograferen dan moet je een goed concept voor ogen hebben. Niets is erger dan een scherpe foto van het stilleven, maar concept blijft vaag. Je moet je steeds afvragen, Wat wil ik tonen en overbrengen? Verder is er fantasie nodig en een portie geluk. Achteraf bewerk ik nog wel een beetje, maar minimaal. Het stilleven zelf moet gewoon goed zijn.

Er bestaan verschillende soorten stillevens, die in typen worden onderscheiden:

- "fruitstuk"
- "bloemschilderij"
- "ontbijtgens". Een stilleven met brood, messen, vis, de dingen die tijdens een maaltijd aan het eind van de ochtend werden gegeten
- "banketgens". Een stilleven waarin een rijkgevulde pastei is opgenomen
- "toebackjes". Een stilleven met tabak, pijp en soortgelijke artikelen
- "zeebanket". Een stilleven dat vooral in Den Haag populariteit genoot
- "jachtstuk"
- Ook kan met een stilleven de rijkdom van de opdrachtgever van het schilderstuk worden gesymboliseerd, het zogenaamde pronkstilleven.

Net zoals bij de klassieke Oosterse schilderkunst zijn de klassieke stillevens vol met symboliek, waarschuwingen tegen overvloed, vergankelijkheid etc.

Stillevens werden vaak geschilderd om het vak te leren.

Je ziet deze onderwerpen terug bij moderne stillevenschilders en -fotografen, maar ik denk niet dat men zich nog bezighoudt met de symbolische betekenis die vroeger aan druiven, schedels e.d. werd gegeven.

Ik zie wel drie nieuwe onderwerpen in de fotografie terug die ik onder stillevens zou willen laten vallen:

Ik denk aan de macrofotografie, de modefotografie en de productfotografie. U moet maar eens bewust in een blad van bijvoorbeeld de Bijenkorf kijken naar de daarin opgenomen prachtige foto's of een kookboek met de afbeelding van de heerlijkste gerechten. Gewoon vaak prachtige stillevens….

Zo wordt het stilleven gebruikt om de juiste sfeer over te brengen en de klant in de verleiding gebracht om het product te kopen of die lekkere taart te bakken.

Met het realisme dat nog zo belangrijk was in de oude meesterstukken wordt nu enigszins de hand gelicht, nee, zelfs overdreven. De gerechten krijgen een extra lichtaccentje om ze nog appetijtelijker te tonen, door de lucht zwevende borden, vliegende doperwten of waterdruppels, modellen met een surrealistische make-up om zo exclusiever over te komen. Heel wat anders dus dan de waarschuwingen voor overvloed die de oude geschilderde stillevens ons gaven en hun hang naar realisme.

Liefhebbers van stillevenfotografie noemen het de meest pure vorm van de plaatjesschieterij. Daar zit wat in, want de fotograaf heeft alle factoren in eigen hand; het licht, de camerapositie en natuurlijk de rangschikking van de te fotograferen voorwerpen. Dat maakt het aan de ene kant erg ingewikkeld, aan de andere kant is er geen betere manier van de fotografie onder de knie te krijgen.

En er zijn tegenwoordig allerlei leuke programmaatjes om meer uit die ene foto te halen (Lightroom) of met die ene foto uit te halen (Photoshop) en onder aan te brengen bij een groter publiek.

Ik zie ook vaak dat een fotostilleven wordt gepubliceerd samen met een gedicht of een literair citaat.

Maar wat de geschilderde en de gefotografeerde stillevens gemeen hebben is, dat beide rust uitstralen, harmonieus zijn, een evenwichtig beeld tonen voor aan de muur.

Het geheel moet rustiek zijn, maar dat betekent niet dat het saai hoeft te zijn.

Stillevens werden vaak geschilderd om het vak te leren. Er was een sterk educatief element aan, net zoals ik eerder vertelde over het naschilderen wat de oude Chinese meesters deden.

Het maken van stillevens is van alle tijden. Wat de stillevens van bijvoorbeeld de oud Hollandse meesters en nu de moderne schilders of fotografen gemeen hebben zijn de voorwerpen en de vaardigheid deze zo goed mogelijk weer te geven. Bijvoorbeeld tegelijkertijd het zachte karakter en de structuur weergeven van stof, van droog brood, een mat ei, bedauwde druiven, een hard glanzend glas en een parelmoeren schelp. Vaak zie je dat de kunstenaar, hetzelfde voorwerp steeds opnieuw in een stillevens gebruikt. Hij gaat uit van de voorwerpen om hem heen, dicht bij huis te vinden. Voorwerpen die inspireren qua kleur of vorm:

al of niet verwelkte bloemen, groente en vruchten, zilver, glas, porselein en aardewerk, muziekinstrumenten, insecten en een combinatie van dat alles.

Er zijn ook fotografen die de klassieke oud Hollandse schilderijen proberen te imiteren en hele taferelen gebruiken met ontbijtjes, stillevens met pasteien, kazen, wild of vissen of stillevens met pijpen en soortgelijke artikelen, vergane boeken, omgevallen glazen of schedels en gedoofde kaarsen nabootsen. Voor dat laatste wordt trouwens handig gebruik gemaakt van Photoshop om aan de rook vorm te geven.

Onderwerpen voor een stilleven zijn legio en liggen binnens- en buitenshuis voor het oprapen. De twee klassieke figuranten zijn vazen met bloemen -waar dan als slagroom op de taart één bloemblaadje onder ligt- en etenswaren. Een goede compositie van meerdere voorwerpen is niet zomaar een samenraapsel van objecten; ze moeten als het ware onder één noemer te brengen zijn. Bijvoorbeeld een wijnfles, een gevuld wijnglas, een kurk en een kurkentrekker vallen overduidelijk onder het kopje ”wijn”. Het stilleven moet een verhaal vertellen als het ware. Een stilleven is dus zeker niet een hoop uitgestorte rommel. Het gebruik van een enkel voorwerp stelt nog hogere eisen aan het object en de plaatsing ervan. Vaak is zo’n opname een close-up, omdat het voorwerp van dichtbij dermate boeiend is dat het de hoofdrol kan spelen.

Vaak heb ik aan het begin van een sessie een heleboel objecten en gaandeweg het creatieve proces worden dat er steeds minder en blijven de essentiële dingen over, de objecten waar het verhaal eigenlijk omgaat.

Bij een stilleven kun je rustig te werk gaan en telkens opnieuw zoeken naar de juiste compositie. Wat komt er allemaal kijken bij een mooie foto van een stilleven?

Een samengesteld stilleven opbouwen is een hele toer. Allereerst de ondergrond en de achtergrond. Alles wat redelijk egaal is kan worden gebruikt. Bijvoorbeeld een glad tafellaken, of misschien een oude deur of plank. Misschien staat er wel iets bruikbaars bij een kringloopwinkel. Ik heb daar bijvoorbeeld voor weinig een glazen bijzettafeltje gekocht dat prima dienst doet als ik iets van onderen wil verlichten.

Een schetsje vooraf van hoe het ongeveer moet worden kan goed helpen bij het opstellen van het tableau.

Als ergens weinig beweging in zit, is dat wel in een stilleven. Daarom is het juist zo leuk om wat spanning in te brengen, zoals de bewegingsonscherpte bij de typemachine. Natuurlijk kan je een perfecte compositie maken van een object dat je onveranderd laat in de staat waarin je het tegenkomt. Het komt er dan op aan met behulp van het juiste camerastandpunt, lens en het aanwezige licht de foto te maken die je in gedachten had.

Toch vormen de meeste stillevens een geplande compositie. Je kan daardoor precies het beeld vormen dat je wil in een fotostudio of in een ruimte thuis die als studio dienst kan doen. De beste compositie maak je eigenlijk op het gevoel, niettegenstaande de regels die er op dat terrein gelden. Je bent met een creatief proces bezig en daar geldt als voornaamste regel dat het gevoel van de maker tot uitdrukking komt.

Ik begin met het innemen van een standpunt en baken dan het in te richten stuk af. De beste manier is om de camera direct al neer te zetten -op statief- en dan alles op te bouwen onder voortdurend controleren door de zoeker of het lcd-schermpje of de aangesloten laptop.

Zoals gezegd is licht in stillevenfotografie nog belangrijker dan anders. Eenvoudig daglicht is soms dan ook wat te gewoontjes. Het contrast wordt algauw wat hoog en dat heeft een onrustig beeld tot gevolg. Professionele fotografen hebben in hun studio’s grote softboxen en flitsparaplu’s waarmee ze precies dat licht kunnen opwekken wat ze nodig achten. Maar een amateur kan dat prima nabootsen met bureau-, schemer- en looplampen. Zacht en diffuus licht is het mooist en kan bereikt worden door de lampen bijvoorbeeld iets af te schermen met overtrek- of kopieerpapier of met keukenrol. Bij glimmende voorwerpen moet je goed letten op ongewenste reflecties van lampen.

Kunstlicht heeft vaak wel wat langere sluitertijden tot gevolg. Daarbij komt nog een klein diafragma -groot diafragmagetal voor veel scherptediepte-, wat een nog langere belichtingstijd vereist. Maar omdat de camera toch op een vast punt staat, is dit geen probleem. In ieder geval ga ik niet zomaar flitsen; het harde licht doet alle sfeer direct teniet. Een flits kan wel een aanvulling zijn, maar dan met verschillende lagen overtrekpapier of keukenrol eroverheen. De flits moet zo zwak mogelijk zijn.

Over de belichting heb je de totale controle.

Je camera heb je op een goed statief staan. Zo ben je alvast zeker van je opnamestandpunt en kan je ongestoord verder werken aan de opstelling van de objecten en het licht.

Door middel van sterke close-ups kan je letterlijk op je onderwerp kruipen wat in beeld verrassende resultaten kan opleveren. Nadeel is dat de scherptediepte zeer gering is, maar dat kan je ombuigen in een voordeel door van de onscherpe partijen een wezenlijk onderdeel van de compositie te maken.

Let er wel op dat een te groot onscherp vlak in de voorgrond storend werkt. Wil je dan toch aan een regel houden laat de onscherpe voorgrond zich tot de onscherpe achtergrond verhouden als 1:3.

Als er één richting in de fotografie is waarbij het gebruik van een display als controle-element van levensbelang is dan is het wel de objectfotografie. Je kan de compositie op het oog nog zo fraai hebben uitgedokterd: het moet op een tweedimensionaal vlak goed overkomen. En daar helpt de display je bij. Zelf heb ik nog een laptop verbonden aan de camera, zodat ik op een groter beeldformaat de compositie, de plaatsing van de objecten en de belichting kan controleren.

Het licht dat je op het onderwerp laat schijnen bepaalt voor het grootste deel het welslagen van je compositie en dus ook van het eindresultaat: de foto. Breng er wat leven in door te spelen met hoofdlicht, eventueel een bijlicht. Het licht moet van 1 kant komen, anders zijn de schaduwen onnatuurlijk. Verder gebruik ik reflectoren (dat kan een groot vel wit foamplaat zijn of een paneel bekleed met zilverkleurig isolatiemateriaal om de schaduwen op te lichten.

Voor de achtergrond probeer ik de achtergrond zo neutraal mogelijk te houden. Dat kan een doek zijn (liefst transparant), of een stevig groot vel papier dat je licht kan buigen zodat er een curve ontstaat. Hierdoor krijgt de lichtval een mooi en geleidelijk verloop. Belicht de achtergrond van bovenuit.

En dan komt eindelijk het drukken op de ontspanknop. Ik maak vooral veel opnamen om de invloed van verschillende lichtbronnen te zien. Speel met het diafragma om te zien wat de invloed ervan is. Soms trek ik een panty over het objectief -of gebruik een softfocusfilter- om die typische, lome sfeer op te roepen. Een tableau opbouwen en vereeuwigen is een langdurig en precies werkje. Elk stofje of kreukeltje moet weggewerkt worden. Het is soms millimeterwerk. Ik ben soms 1 dag of langer bezig, voordat ik helemaal tevreden ben.

De wondere wereld van schilderen en stillevenfotografie is een kunst. De kunst van verschillende dingen zodanig plaatsen dat je er een goede en interessant beeld van kunt maken. Meestal speelt het zich binnenshuis af, waardoor het een activiteit is voor de lange en donkere winteravonden, maar ook in de ander jaargetijden een heerlijke bezigheid als de tuin weer inspiratie geeft om met bloemen en vruchten aan de gang te gaan. Of het nu met de kwast om met de camera is.

 

Reageer op dit bericht